Dit jaar vieren we 400 jaar Anna van Bartholomeüs te Antwerpen.

De dankviering in de kathedraal van Antwerpen zal plaatsvinden op zondag 3 juni 2012 te 10u30, samen met onze broeders en zusters van de Karmel, onze familie en Karmelvrienden.

In afwachting dat we meer informatie kunnen geven over de feestelijkheden,
vestigen we jullie aandacht op de boeiende teksten die hier op onze website aanwezig zijn.

 

   


Inhoud:
1) Moeder Anna: stichteres van de Antwerpse Karmel     
2
) Korte Levensschets van Anna van Sint Bartolomeüs    

Bezoek ook de website van onze Karmelietessen te Antwerpen:
Klik hier
 

   

   

MOEDER ANNA: STICHTERES VAN DE ANTWERPSE KARMEL          
 

    Is men er zich in onze gewesten van bewust, dat in het oude klooster van de Antwerpse Rosier een heilige van uitzonderlijk formaat heeft gebeden, geleden, gewerkt, dat er een cel en relieken aan haar herinneren, dat haar geest hier voortleeft bij de godgewijde monialen?
 
    Een belangrijk mystiek werk

Het klooster van de Antwerpse Rosier beschikt over het belangrijk mystiek werk: de Autobiografie van de zalige Anna de St.-Bartholomeüs. Het manuscript is een van de kostbare souvenirs die de contemplatieven van de Rosier zorgzaam bewaren. Het is door de zalige Anna eigenhandig geschreven in het Spaans, haar moedertaal, maar werd al vaak vertaald.

Wat zij over haar leven en over haar geestelijk leven vertelt, werd wel niet altijd, niet overal gewaardeerd. Zo kwamen er (o.m. Franse uitgaven tot stand, waaruit nogal wat was weggelaten. Het nu beschikbare boek is echter volledig. Alle passages over Anna's mystiek en over haar moeilijkheden met superieuren in Frankrijk werden ongewijzigd opgenomen.
Omdat de herinneringen die Anna op verzoek (van haar biechtvader?) opschreef, sober zijn en niet alles kunnen verduidelijken, wordt haar leven, wordt haar persoonlijkheid bevattelijk ingeleid en toegelicht door de Spaanse karmeliet P. Julian Urkiza. Mooie oude gravures illustreren de Autobiografie en die blijken uit Duitsland herkomstig. Bevestigt niet alles de internationale uitstraling van de karmelietes? P. Urkiza publiceerde overigens te Rome de verzamelde geschriften van de zalige Anna.

Bij de illustraties van het nieuwe boek is er ook een bladzijde met Anna's schrift. Zonder punten of komma's. Toen zij intrad, kon ze lezen noch schrijven en men verbaast er zich nog over, hoe deze ongeletterde werkzuster de auteur kon worden van een boek en van talloze brieven. Maar was niet heel haar leven een wonder!
 

   

Alle huwelijkskandidaten afgewezen

Anna Garcia was een buitenmeisje uit Almendral de la Canada (thans provincie Toledo), vroom opgevoed met dagelijkse Mis en rozenkrans. Scholing naar onze opvatting hoorde er niet bij, wel schone voorbeelden van naastenliefde. In een gezin van zeven was zij de zesde en werd vaak als herderinnetje aan het werk gezet. Zo, met haar schapen in de heerlijke natuur, heeft ze de eerste ontmoetingen met Jezus, die als Kind haar gezelschap komt houden. Vooral na de dood, eerst van moeder en dan van vader, kreeg zij dat troostend bezoek.
 

    Op zekere dag sprak ik tot het Kind Jezus: 'Heer, daar gij mij toch gezelschap houdt, laat ons niet meer teruggaan waar andere mensen zijn, maar samen de bergen in trekken. Wanneer Gij mij gezelschap houdt, zal het me aan niets ontbreken.' Maar Hij glimlachte en zonder te spreken maakte Hij mij duidelijk, dat het niet dat was, wat Hij van mij verlangde.
 
    Anna dacht er al vroeg aan helemaal voor de Heer te leven. De oudere broers zochten echter een huwelijkspartner en het viel haar niet gemakkelijk zich te blijven verzetten. Ze begon al te denken: als er nu eens een man was die bescheiden was en mooi en die niet zondigde...
   
Dan verscheen op zekere dag Jezus weer maar
    nu vrij groot geworden, als van mijn leeftijd. Hij was allerbeminnelijkst en schoon. Het leek wel of Hij met mij opgroeide. En Hij sprak: 'Ik ben degene die je zoekt en die je huwen moet'. Hij verdween onmiddellijk, maar mijn ziel bleef gans ontvlamd en brandend van zijn liefde. Van die dag af droeg ik in mij gewoonlijk zulke onstuimige drang dat het me mijn natuurlijke krachten ontnam. Bij dag en bij nacht koesterde ik geen andere gedachten dan wat ik kon doen voor de Geliefde.
   
Zij nam een afwijzende houding aan tegenover alle huwelijkskandidaten. En toen Jezus weer bij haar kwam, stelde zij voor: Laten wij weggaan, Heer, gans alleen. Als antwoord kreeg zij een droom, waarin haar het klooster van Avila werd getoond, dat kort te voren was gesticht.

Rond die tijd kreeg Almendral een andere pastoor en ook hij sprak Anna over de nieuwe stichting in Avila. Zij was ervan in de wolken toen de pastoor zei, dat hij navraag zou doen of er ginder voor Anna plaats was.
 
    Als werkzuster in de Karmel te Avila

De zusters wilden die jonge Anna Garcia natuurlijk eerst eens zien. Het bezoek ging door en alles in Avila was zoals in de droom. Het zou nog wel geruime tijd duren vooraleer die droom echt in vervulling ging. Weer moest het meisje veel moeilijkheden trotseren, o.m. de hardnekkige tegenstand van haar broers. Eén van hen wou haar zelfs op zeker ogenblik met zijn wapen te lijf gaan.

Achteraf kwam er verzoening en op Allerzielendag 1570 bracht die zelfde broer haar naar Avila, waar Anna zou intreden als eerste lekezuster. Uit dankbaarheid voegde zij aan haar naam Sint-Bartholomeüs toe. Enkele maanden voordien was ze van al haar zorgen ziek geworden maar ze genas plots op het feest van de apostel en in een heiligdom dat hem toegewijd was. Haar gezondheid bleek bestand tegen een leven in eenzaamheid en onthechting, ze was verstandig en evenwichtig en zeer blijmoedig. Na het postulaat en streng noviciaat volgde op 15 augustus 1572 de professie. Anna was nu bijna 23. Zij ondertekende met een kruisje. Geleerdheid had ze voorlopig niet nodig voor het werk aan de draaideur, in de keuken, bij de zieken. En ook niet voor het gebed.

In het klooster moest zij een tijdlang de vertrouwde visioenen missen. Dan vertoonde de Heer zich weer, maar als de Gekruisigde. Hij sprak over zijn dorst naar zielen en toonde haar alle deugden in hun schone volmaaktheid. Het werd haar duidelijk, dat ze voor die deugden en voor de zielen een en al ijver moest worden en dat het kruis de aangewezen weg was.
De werkzuster legde zich veel boetedoeningen en verstervingen op om zo haar liefde tot de Heer te bevestigen.

Op zekere dag ging zij bidden in de zgn. kluis van Sint-Franciscus.
    Toen ik binnenkwam, hing daar een geur van zeer fijne bloemen, waardoor ik ingekeerd raakte. De Heer kwam binnen, zoals Hij in de wereld rondwandelde. Hij was zeer schoon maar toonde zich zeer bedroefd. Hij kwam dichterbij en legde zijn heilige hand op mijn linkerschouder. Het was de rechterhand van de Heer, die zo zwaar woog, dat ik het nooit zal kunnen zeggen. Hij stortte in mijn hart de smart die Hij droeg en zei me: 'Zie de zielen die voor Mij verloren zijn, help Mij.' Hij toonde mij Frankrijk alsof ik er aanwezig was en de miljoenen zielen die door de ketterijen verloren gingen. Dit duurde geen ogenblik. Wanneer het langer had geduurd, voelde ik dat mijn leven zou geëindigd zijn.
 
    Op de gelegenheid om in Frankrijk zielen te gaan redden, zou ze nog een tijd moeten wachten.
 
   

    Verpleegster, dienares en secretaresse van de H. Teresia

Anna was in het Sint-Jozefklooster te Avila een toonbeeld van zachtmoedigheid, bescheidenheid, werklust. Haar toewijding kende geen grenzen en graag offerde zij slaap, eten, recreatie op om de dierbare zieken van dienst te zijn. Ook een melaats geworden medezuster kon op haar liefhebbende inzet rekenen.
Zulke houding moest uiteraard niet alleen de Heer maar ook haar overste welgevallig zijn. Dat was de H. Teresia, die in 1562 te Avila begonnen was met een eerste hervormde Karmel. Weer strenge clausuur met stilzwijgen, eenzaamheid, voortdurend gebed, weer onthechting en overgave. Alles begon in uiterste armoede met een kleine gemeenschap maar het groeide uit tot een verbluffend levenswerk: de stichting van vele nieuwe kloosters waarde oude karmelietaanse spiritualiteit met een nieuwe geestdrift beleefd werd. Een belangrijkste bijdrage tot de vernieuwing van het monastiek leven na het Concilie van Trente. Maar wat waren er ook problemen mee gemoeid!

De stichtingen maakten grote reizen noodzakelijk in de lastigste omstandigheden en Teresia, die al 47 was toen zij ermee begon, putte zich uit met deze onderneming. Bovendien bleven ziekten en ook ongevallen haar niet gespaard. Bij een val van de trap brak zij haar linkerarm die nooit meer volledig zou herstellen. Zij kon zichzelf nu niet meer behelpen, zelfs niet bij het aankleden.

Degene die haar als een trouwe verpleegster en dienares dag en nacht ter zijde stond en aanmoedigde, was de 34 jaar jongere lekezuster Anna. Vele reizen deden zij samen en bij één daarvan liet de Moeder zich ontvallen : Wat jammer dat je me niet helpen kunt bij het brieven schrijven. Daarop vroeg Anna naar een schriftmodel, begon zich ijverig te oefenen en slaagde er zo in, ook de secretaresse te worden van de Madre.

Onvoorstelbaar wat zij in die jaren aan dienstbaarheid opbracht. Als vertrouwelinge werd zij nu helemaal opgenomen in de bedoelingen, in de geest van de Karmelhervormster en grote mystica Teresia. Het werd een privé opvoeding van uitzonderlijke rang.
 
    Madre Teresia stierf in Anna's armen

En Anna's eigen mystiek leven  Zij verdiepte zich liefdevol in de Passie van O.L.Heer en was bereid zelf veel te lijden. Het antwoord bleef niet uit. AI vroeg waarschuwde Jezus haar: Gij zult te lijden hebben in gezelschap van mijn vriendin Teresia; gij zult dit lijden allebei te dragen hebben op de wegen. En dat bleek later maar al te waar. Vooral toen de Heilige alsmaar vermoeider, ziekelijker werd.
 
    Op een avond, in een arm dorpje, was er niets te vinden om te eten. Zij voelde zich zo zwak en zei me: 'Dochter, geef me iets, als ge het hebt, want ik val in onmacht. ' Ik had niets dan enkele droge vijgen en zij had koorts. Ik gaf vier realen om me twee eieren te zoeken, koste wat het koste. Toen ik zag dat men voor het geld niets vond en het mij terugbracht, kon ik de Heilige niet aanzien zonder te schreien, want haar gelaat was als halfdood.
   
Anna was er ook bij toen voor Teresia (1515-82) het uur van sterven naakte. Bij aankomst te Alba was het lichaam van de Madre gebroken van uitputting, zodat de geneesheren haar onmiddellijk opgaven.
   
De dag waarop zij stierf, kon ze sinds de morgen niet meer spreken. 's Avonds zei de pater die bij haar was, dat ik iets moest gaan eten. Toen ik wegging, vond de Heilige geen rust meer maar keek van de ene kant naar de andere. De pater vroeg haar of zij mij nodig had en door tekens zei ze ja en men kwam mij terugroepen. Van zo gauw ze mij terugzag, begon ze te glimlachen en zij betoonde zoveel genegenheid en liefde dat ze mij vast nam met haar handen en haar hoofd in mijn armen legde. Ik hield haar daar zo omhelsd totdat ze stierf.

 
    Anna keerde terug naar Avila en ze zou steeds de grote getuige blijven van Teresia's leven, zij was met het denken van de Madre vertrouwd en ze zou over de dood heen met haar verbonden blijven, in verschijningen van haar leiding krijgen. De lekezuster genoot in die zin groot gezag en ze werd naar de Karmel van Madrid gestuurd om een oplossing te zoeken voor daar ontstane moeilijkheden. Dan werd zij betrokken bij een nieuwe stichting in Spanje en uiteindelijk kwam haar grote taak, de hervormde Karmel uit te dragen over de grenzen.
 
    Voor Teresiaanse hervorming naar Frankrijk

Op verzoek van Franse vooraanstaanden met geestelijk gezag werden in 1604 zes karmelietessen uit Spanje naar Frankrijk gezonden. Eén van hen was Anna van Sint-Bartholomeüs. Voor haar ging een visioen van jaren geleden in vervullingen ze was tot elk martelaarschap bereid om de ketters in Frankrijk te bekeren. De verhalen over het protestantisme hadden de karmelietessen sterk getroffen. Het lijden dat Anna te wachten stond, was echter helemaal anders dan verwacht.

De betrokken Franse overheden, vooral de latere kardinaal de Bérulle, wilde blijkbaar een Teresiaanse kloosterregel naar eigen smaak en er was taaie volharding nodig om aan de druk te weerstaan. De gewezen medewerkster van Teresia werd ook verplicht haar witte sluier te ruilen tegen de zwarte van de koorzusters. Dan werd zij achtereenvolgens stichteres en priorin van de nieuwe Karmel te Pontoise, priorin te Parijs, stichteres en priorin te Tours.

Bij haar onkennis van het brevieren de problemen met de Franse taal, kwam nu nog de onvermijdelijke omgang met persoonlijkheden die een heel andere vorming hadden genoten dan zij en grondig verschillend waren van mentaliteit. Zij slaagde er echter in, haar geestdrift voor de Teresiaanse Karmel door te geven en ze won de harten met haar minzaamheid, haar ootmoed en geduld, haar gezond oordeel. Veel leed was ermee gemoeid toen ze ondervond, dat de zusters tegen haar opgeruid werden. Zij herkende een duivelse tegenwerking in veel onbegrip.

Wanneer Anna in 1611 voor een volgende stichting naar Vlaanderen vertrok, was in Frankrijk door haar toedoen de Karmelvernieuwing gekend, die later grote heiligen zou voortbrengen zoals Thérèse van Lisieux en Elisabeth van de Drieëenheid. Maar nu ging Anna weg met enige misnoegdheid omdat er onenigheid heerste over het bestuur van de zusters. Dit gezag kwam de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten toe en in Frankrijk wenste men dat anders.
 
    Moeder Anna bevrijdster van Antwerpen

Dus naar Vlaanderen! In haar Autobiografie schrijft Anna:
   
Voor ik uit Tours kwam, toonde de Heer mij een licht en daarin zag ik een huis. Bij mijn aankomst in Vlaanderen, in het eerste huis dat men koos om bezit te nemen van de stichting van Antwerpen, herkende ik het huis.
   
En in Bergen, waar zij in de Karmel een oponthoud had van een jaar, moedigde de Heer haar aan na de Communie:
    Schep moed en ga erheen. Deze stichting zal een vlammende toorts zijn die licht zal geven aan heel dit land.
   
Onderweg naar Antwerpen werd te Mariemont nog een bezoek gebracht aan de vrome aartshertogen Albrecht en Isabella, die de Kerk zeer aanhankelijk en de karmelietes uit Spanje zeer genegen waren. Zij zouden overigens te Antwerpen de eerste steen leggen van het nieuwe Karmelklooster, toen nog aan de rand van de stad.

In de beroerde tijd van erge politieke en religieuze tegenstellingen beleefden de zuidelijke Nederlanden toen de tijdelijke vrede van een wapenstilstand. Er zou echter spoedig een eind aan komen. De vijandelijkheden tussen het protestantse Noorden en de Spaanse troepen in het katholieke Zuiden hernamen en prins Maurits van Nassau spande zich in om Antwerpen te veroveren.

De listig opgezette pogingen mislukten zowel in 1622 als in 1624 en telkens werd de zaak beslecht binnen de kloostermuren van de Rosier. Isabella kende de oude priorin met haar mystieke relatie tot de Heer en zij had een beroep gedaan op haar gebed.

De nacht dat de protestanten met hun schepen de stad wilden overvallen, was Anna als gewaarschuwd en bad urenlang met opgeheven armen en met grote vurigheid. Zo bleef zij geknield tot de dag aanbrak en haar duidelijk werd, dat het gebed verhoord moest zijn. De stad was niet veroverd maar een onweer had de schepen van prins Maurits verwoest.

Twee jaar later werd de priorin op een nacht gewekt door vreemde geluiden. Het leken wel kreten en ze hoorde ook de stormklok. Met de gewekte zusters ging zij voor het Allerheiligste knielen in aanbidding. Die nacht wou Maurits van Nassau met duizend ruiters en vierduizend musketiers het kasteel van Antwerpen belegeren. Een wacht gaf alarm en de Hollanders werden verdreven. Veel oorlogsmaterieel werd achtergelaten.

Ook een derde poging mislukte tijdens het nachtelijk gebed van Moeder Anna. Haar geestelijke tussenkomst bleef niet geheim en zij kreeg de eretitel 'bevrijdster van Antwerpen. Haar grote zorg gold hier de Kerk en het behoud van de stad binnen de katholieke gemeenschap.

Uit de Autobiografie blijkt duidelijk haar bekommernis om de kerkelijke belangen die destijds zo vaak verstrengeld waren met politieke en persoonlijke interessen. Zelf was zij echter steeds gedreven door religieuze motieven : haar liefde tot God en voor de evenmens. Zij leefde in de beste relatie met arm en rijk, was in briefwisseling met de hoogste kerkelijke, burgerlijke en militaire autoriteiten maar ook gewoon met vriendinnen. Steeds weer toonde zij zich bekommerd om mensen in nood en voor zieken was ze een meevoelende moeder. Ook die naastenliefde bevestigde, dat zij bij alle vroomheid en al haar visioenen een vrouw met realiteitszin was.
 
    Drie zeer eerbiedwaardige personen

Tot het eind van haar dagen was Anna van Sint-Bartholomeüs de tolk van de Teresiaanse hervorming en als zodanig werd zij ook in Rome bij de oversten van de Orde van de Ongeschoeide Karmelieten hooggeschat.

In 1624 werd de toen 75-jarige priorin ziek. Daaraan herinnert de laatste bladzijde van haar Autobiografie.
    In deze laatste ziekte, toen ik het Allerheiligste Sacrament had ontvangen, viel ik in bezwijming. Ik dacht dat mijn uur nu gekomen was. Terwijl ik in deze toestand was, zag ik een weinig van mij verwijderd, in de cel zelf, drie zeer eerbiedwaardige personen, alle drie op dezelfde wijze en zeer mooi, gekleed in plechtige gewaden. Ik wist dat het de Allerheiligste Drievuldigheid was en mijn ziel bestierf het om tot Hen te naderen en dit lichaam te verlaten. Zij riepen mij niet. Ik deed meer en meer moeite om dichterbij te komen en Zij verdwenen. Ik keerde tot het bewustzijn terug en hervatte moed. Maar iets in dit visioen deed mij eraan twijfelen of het God wel was, want gedurende twee dagen kon ik mij niet goed onderwerpen hier te blijven. Maar ondanks deze ongerustheid onderwierp ik mij aan wat God zou willen, of het nu leven was of sterven. Ik ben dus gebleven. Wanneer het verlangen om te sterven bij mij opkomt, zet ik het opzij en ik onderwerp mij aan Zijn wil.
 
    Op een van die slotbladzijden vertelt Anna ook, hoe zij er diepe vreugde aan beleefde, verzen uit het Geestelijk Hooglied van Jan van het Kruis (1542-91) te herhalen.
   


0 kristalklare bronwel
als in het schijnsel van
uw zilveren wateren
Gij mij ineens aanschouwen liet
de ogen die ik eindeloos verbeid
en waarvan ik het vage beeld
diep in mij mag dragen.
 

    Het grote moment van de definitieve vereniging kwam op 7 juni 1626. Zij stierf in de Karmel van de Rosier op het feest van de H. Drievuldigheid.
 
   
   
Gebed tot Zalige Moeder Anna

Zalige Moeder Anna van Sint-Bartholomeüs,
die voor de pelgrims naar de Rosier
al zoveel gunsten hebt verkregen,
ook wij wenden ons tot u
met al wat ons op het hart ligt.

Wij weten dat gij verheerlijkt in Gods nabijheid leeft
en rekenen op uw genegenheid
nu wij bidden voor de Kerk,
voor onze Paus, de bisschoppen en priesters,
voor heel het Godsvolk,
voor hen die hunkeren naar God
en voor ons zelf met onze noden.

We leggen vol vertrouwen in uw handen
de zorg om ons gezin,
ons werk, onze zieken,
maar heel speciaal dan
deze drukkende bekommernis...

De Heer Jezus moge op uw voorspraak vrede brengen
en bewaren in ons hart, ons in het geloof versterken,
met zekerheid vervullen in de hoop en vervolmaken in de liefde.
Wij willen graag de naaste toegedaan,
de medemensen dienstbaar zijn,
maar houden met de volle maat van onze liefde van God,
die ons zo zeer bemint en steeds het beste voor ons wil.
 
   
Bron:
"Het Legioen Kleine Zielen" m.b.t. Anna van St.-Bartholomeüs - Autobiografie
 
   

    

KORTE LEVENSSCHETS VAN ANNA VAN SINT BARTOLOMEUS

  1549 Ana Garcia op 1 oktober geboren in El Almendral (Spanje), als dochter van Hernán Garcia en Maria Manzanas.
  1553 Zij „ziet de hemel open en de Heer in grote Majesteit”.
  1570 Intrede en inkleding in de karmel van Sint-Jozef te Avila, op 2 november, als eerste zuster „met de witte sluier” (lekezuster).
  1571 Eerste ontmoeting met Teresia van Avila.
  1572 Plechtige professie op 15 augustus.
  1575 Ziekte van Anna.
  1577 Teresia, terug in Avila, verlangt dat zuster Anna, zelf ziek, ziekenzuster wordt van de communiteit. Ze gehoorzaamt en geneest. Teresia breekt haar linkerarm. Anna wordt haar trouwe verpleegster.
  1579 Teresia verlaat Avila. Ana de San Bartolomé is voortaan haar onafscheidelijke gezellin bij de visitatie- en stichtingsreizen.
  1582 Teresia van Jezus sterft te Alba de Tormes in de armen van Ana de San Bartolomé. 1591 Naar Madrid met Moeder Maria van Sint-Hiëronymus, die daar priorin wordt. 1595 Moeder Maria en Anna naar Ocafia voor een nieuwe stichting.
  1604 Ana de San Bartolomé vertrekt in augustus naar Frankrijk met Anna van Jezus, Eleonora van Sint-Bernardus, Beatrix van de Ontvangenis en Isabella van de Engelen. Eerste karmelstichting te Parijs in oktober. Anna van Jezus is eerste priorin.
  1605 Haar oversten wensen dat Anna van Sint-Bartholomeüs koorzuster wordt en „de zwarte sluier” aanneemt; 13 januari.
Eerste priorin van de nieuwe karmelstichting te Pontoise op 16 januari.
De 5e oktober in het geheim, om twee uur 's nachts, in gezelschap van Monseigneur de Bérulle, terug naar Parijs. Moeder Anna wordt aldaar priorin.
Ontstaan van eerste geschriften van Anna van Sint-Bartholomeüs: Relaciones, Conferencias, Penas y Favores. Tot 1607.
  1606 Jaren van moeilijkheden. De ziel van Anna „in een donkere nacht”! Tot 1611.
Geschriften: Origines, Conferencias, Dialogos, Apuntes. Tot 1618.
  1608 Eerste priorin van de karmel te Tours.
Geschriften: Origines, Conferencias, Dialogos, Apuntes. Tot 1618.
  1611 Naar Vlaanderen. Vanaf 10 oktober, verblijf in de karmel te Mons.
  1612 Op weg naar Antwerpen, langs Marimont, Nijvel en Brussel. Verblijf van acht dagen in de karmel van „het Hof”.
Haar laatste karmelstichting te Antwerpen op 6 november, in een huurhuis van de Sint Jakobsparochie.
  1614 Geschriften: Conferencias, Meditaciones, Defensa, Autobiografia B. Tot 1624. 1615 Eerste steenlegging van het klooster op de Rosier de 15e augustus.
  1621 Eindredactie: Autobiografia A. Tot 1624.
  1622 December. Aanval op Antwerpen door Prins Maurits van Nassau. Op geheimvolle wijze op de hoogte gebracht van het gevaar, blijft Moeder Anna die nacht in gebed. Een orkaan verijdelt het plan van de vijand.
  1624 Oktober. Tweede aanval mislukt. Ook die nacht bad Moeder Anna met haar zusters. Velen, ook de Infante Isabella en de soldaten, schrijven deze bevrijding toe aan de voorspraak van „het Moederke van de Rosier”.
  1626 7 juni: feestdag van de Allerheiligste Drieëenheid: sterfdag van Anna van Sint-Bartholomeüs.
  1632 Eerste en belangrijkste levensbeschrijving van Anna van Sint-Bartholomeüs, door Crisostome Enriquez.
  1633 Eerste Nederlandse uitgave van de Autobiografie A door Pater Elias van de H. Teresia, o.c.d.
  1735 Paus Clemens XIII erkent de heldhaftigheid der deugden.
  1917 Zaligverklaring door Paus Benedictus XV.
     
   

Copyright ©  Vlaamse Karmel
Burgstraat 46
9000 Gent
Tel: 032 (0)9/225 57 87